Enveloppe

Ik kreeg een brief van de RDW over mijn rijbewijs. Het is een langgerekte klucht – je vaderland verlaten blijkt zelfs in een eengemaakt Europa een papierslag. Nadat ik de brief las, mijn verontwaardiging uitte over een zoveelste ontbrekend document, zag ik een bericht dat aan de binnenkant van de enveloppe gedrukt was. Enkele zinnen, leesbaar door het venstertje, waarin werd uitgelegd dat ik, de burger, soms meerdere enveloppen tegelijkertijd van hen kon ontvangen, dat dat verspillend kon lijken, maar dat het echt wel voordeliger is. 

‘Dit is Nederland,’ zei ik terwijl ik de enveloppe voor de ogen van mijn vriendin zwaaide. ‘Welk ander volk haalt het in zijn hoofd om dit soort bedenkingen met zijn burgers te delen? Het is de illusie van doorgedreven transparantie, het is detailneukerij. Want het zijn enkel details waarover we ons nog zorgen kunnen maken.’ Mijn vriendin is een Nederlandse en volgens mij vindt ze het wel leuk als ik poog haar volksaard te analyseren.

Afstand voelen is een voordeel van in het buitenland wonen. Je valt tussen landen en volkeren in, als tussen de pagina’s van een boek, je bent minder emotioneel verbonden. België bekijk ik met een meewarige blik, hoofdschuddend om zoveel hilarische mislukkingen. Nederland bespot ik om de regelneverij, om het eeuwige gezeik van die kaaskoppen, om hun misplaatst superioriteitsgevoel.

Wat later belde ik met de dienst rijbewijzen in mijn geboortestad. De vriendelijke dame zegde mij toe de volgende dag de gevraagde documenten op te sturen. Wat fijn, dacht ik, dat ik voor een keer niet met een computer moet praten, dat er geen wachtrij is en dat ze mij later mailde om te laten weten dat de brief naar mij onderweg is.

Ik kijk met afstand naar mijn vaderland en mijn nieuwe vaderland. Maar het hart weet vaak meer dan het hoofd; het klopt net wat harder als ik het zangerige accent van de Tongerse ambtenaar hoor dan als ik naar de opengescheurde enveloppe met opgedroogde regendruppels kijk.